Willekeurig woord

Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met Gelooven. Ontdek hoe je het woord correct gebruikt in een zin.

Zeldzaam woord

Gelooven in een zin

Gelooven | Geloovige

Gebruik van Gelooven

  • In het voorbeeldencorpus komt gelooven vaak voor in combinaties zoals: te gelooven, gelooven dat, wij gelooven.

Context rond Gelooven

  • Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 24.7 woorden
  • Plaats in de zin: 9 begin, 5 midden, 6 einde
  • Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen

Corpusanalyse van Gelooven

  • In deze selectie staat "gelooven" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 24.7 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
  • Direct rond het woord vallen vooral ziel, zoomaar, bedoel, rustig en stellig op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "gelooven".
  • Herkenbare gebruikssignalen zijn aan zullen gelooven bedoel ik en adje van gelooven als ik. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
  • Qua corpusfrequentie ligt "gelooven" dicht bij woorden als aanliggend, aanlokkelijker en aannamebeleid, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.

Voorbeeldtypes met gelooven

Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:

Wij gelooven het echter niet. (5 woorden)

Zij zou dat niet zoomaar gelooven. (6 woorden)

Dat is maer wisje wasje, die luy moetje niet gelooven. (10 woorden)

Hij was zoo schoon; zijn gelaat was zoo edel; het drukte zooveel geestdrift uit; zij kon nu niet meer gelooven, dat hij haar bedrogen had; haar haart zeide haar, dat hij ziek geweest ws, dat zijne liefde voor haar die ongesteldheid had overwonnen. (43 woorden)

Een ‘Shawesk’ noodlot regeert over deze wereld, en in Jeanne d'Arc komen alle draden van dat noodlot bijeen: zoo ongeveer suggereert Shaw het in dit stuk, en men heeft er pleizier in het een oogenblik gretig te gelooven. (39 woorden)

O laat mij knielen, laat mijn eeuwge ziel gelooven in de eeuwge goedheid die uit gansch uw wezen straalt; stort hoop mij in het harte om nimmer te verdooven en kracht in wisheid, door geen schemering bepaald. (37 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

Inderdaad, het is een raar moment om eraan te gelooven, - om te gelooven dat we er aan zullen gelooven, bedoel ik, - maar daarom juist, met des te meer kracht kunnen we altijd.

Adje Van Gelooven, als ik het goed schrijf, dat waren zeer fijne kroketten.

Wij gelooven dan toch dat hét nu meer dan tijd is, dat het Bestuur, een belangstellenden blik slaat op dit zoo rijk maar zoo afgelegen en daardoor zoo miskende gewest.

Dat is maer wisje wasje, die luy moetje niet gelooven.

Een ‘Shawesk’ noodlot regeert over deze wereld, en in Jeanne d'Arc komen alle draden van dat noodlot bijeen: zoo ongeveer suggereert Shaw het in dit stuk, en men heeft er pleizier in het een oogenblik gretig te gelooven.

En eigenlijk begin ik te gelooven dat het idiotie van mij is om op dit gebied iets van Jan te verwachten, want hij hoùdt niet echt van hersenwerk.

Er is maar een voorbeeld noodig om ons te doen gelooven.

Hij was zoo schoon; zijn gelaat was zoo edel; het drukte zooveel geestdrift uit; zij kon nu niet meer gelooven, dat hij haar bedrogen had; haar haart zeide haar, dat hij ziek geweest ws, dat zijne liefde voor haar die ongesteldheid had overwonnen.

Advertentie

Hun laatste, onwaardige woord is: wij gelooven; en zij beroemen zich op deze lafheid, deze infantiele bêtise tegenover ons, die (inderdaad) niet minder zwak staan, maar er althans geen verloren eerezaak van maken.

Maar Van Schaffelaar handelt zoo niet; geloof dus, wat hij zegt, zonder daarom eiken ridder of edelman te gelooven, omdat hij goud en zilver draagt.

Men begon te gelooven, dat zij voorgenomen had alleen te leven voor haar vader.

O laat mij knielen, laat mijn eeuwge ziel gelooven in de eeuwge goedheid die uit gansch uw wezen straalt; stort hoop mij in het harte om nimmer te verdooven en kracht in wisheid, door geen schemering bepaald.

Uwe verbeelding is getroffen, en gij laat u door haar medeslepen, om zelve te gelooven wat gij beweert; maar ik verzeker u dat gij u vergist.

Zij zou dat niet zoomaar gelooven.

Aan Luitenant Vos, die door dit bericht m.i. een inzinking heeft gekregen, medegedeeld, dit niet te gelooven, rustig met zijn manschappen te blijven, daar er m.i. geen sprake was van doorbraak.

Toen tenslotte drie mannen van de Buurtspoorweg-Maatschappij binnenkwamen, die onder eede verklaarden, dat er gecapituleerd was, moesten wij het wel gelooven.

Wij gelooven, dat de Heer Couperus zelf verbaasd zou staan, als hij eens al de noodlotstheorieën achter elkander zag uitgeschreven, die in zijn verschillende werken hem mogelijk onopzettelijk uit de pen zijn gevloeid.

Wij gelooven in den Grooten Geest van Liefde en Waarheid, de bron van alle Licht en Leven,Die het Al bezielt en door Wien wij, mensch en geest, leven en zijn.

Wij gelooven het echter niet.

Wij hebben gisteren een flink stuk van den wedstrijd Rotterdam-Delft gevolgd en gelooven stellig, dat dit spel een toekomst heeft in Nederland.

Advertentie

Veelvoorkomende combinaties met gelooven

Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je "gelooven" in een zin?
Een voorbeeld: "Inderdaad, het is een raar moment om eraan te gelooven, - om te gelooven dat we er aan zullen gelooven, bedoel ik, - maar daarom juist, met des te meer kracht kunnen we altijd." Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met het woord "gelooven" uit authentieke Nederlandse teksten.
Hoeveel voorbeeldzinnen met "gelooven" zijn er?
Op Voorbeeldzinnen.info staan minstens 10+ voorbeeldzinnen met "gelooven", uit een database van meer dan 16 miljoen Nederlandse zinnen.