Hieronder zie je Gemeengoed in 20 voorbeeldzinnen uit het Nederlands, met uitleg van de betekenis en verwante woorden zoals gemeenschappelijk of tezamen. Handig bij het schrijven of nakijken van een tekst.
Gemeengoed in een zin
Gemeengoed betekenis
- iets dat iedereen heeft, doet of vindt
- wat toebehoort aan alle mensen uit een samenleving gezamenlijk
Synoniemen van Gemeengoed
Voorbeeldzinnen (20)
Een mobiele telefoon is teveel een gemeengoed geworden, daar moet paal en perk aan gesteld worden, voor het plebs.
Deze fout wordt steeds meer gemeengoed omdat mensen kennelijk steeds meer de neiging hebben elkaar na te papegaaien.
Hoofddeksels en zeker hoofddoekjes waren gemeengoed in nogal wat culturen en religies voordat iemand Arabisch sprak.
Hoewel tablets en touchscreens intussen gemeengoed zijn, hebben ze de pen en de muismat nog niet kunnen vervangen.
Gemeengoed voor als een vrouw terechte kritiek krijgt en de argumentatie om die kritiek te weerleggen ontbreekt.
Gemeengoed in het peloton zijn panty’s gevuld met ijsblokjes die renners in hun nek leggen of onder hun shirt stoppen.
Men denkt op vooral rechts van rechts dat Twitter een zeepkist is op een dorpsplein en het gemeengoed is van iedereen.
Schäfer hoopt dat tegen het einde van dit decennium, rond 2030 dus, dat autonome auto’s gemeengoed zijn bij Volkswagen.
Er gaat natuurlijk een moment komen dat de EV gemeengoed gaat worden en ten opzichte van de auto met verbrandingsmotor.
Nog voordat webwinkelen gemeengoed werd, schoten de prijsvergelijkingssites al als paddenstoelen uit de grond.
Laat ik zeggen dat douches en wasmachines geen gemeengoed waren en ijskasten, oh sorry koelkasten ook niet.
Vooral in de apostolische kerken, die ook polygamie toestaan, zijn de huwelijken van oudere mannen met kinderen gemeengoed.
Iedereen snapt dat de overheid ook de misgelopen belastinginkomsten gaat incasseren zodra de EV gemeengoed begint te worden.
Wat het ook zeker niet zou gaan halen, maar die illusie hebben populisten wel vaker: Dat hun ideetjes gemeengoed zouden zijn.
Dit duidt erop dat paardrijden mogelijk een millennium eerder dan bij de jamnacultuur al gemeengoed was.
Groene daken en gevels moeten als het aan de Partij voor de Dieren ligt gemeengoed worden bij nieuwbouw.
Bij het Centrum Informatie en Documentatie Israël constateren ze dat Jodensterren ‘gemeengoed zijn geworden in demonstraties’.
De trainingsmethoden van de Nederlanders zijn de afgelopen jaren gemeengoed geworden in het shorttrack, zegt bondscoach Otter.
In de jaren die volgden werden turbo’s gemeengoed op motoren voor boten, vliegtuigen en andersoortige indrukwekkende machines.
Tegenwoordig zijn koolhydraatarme producten in meer supermarkten gemeengoed, aldus Smetsers, maar toen was dat best bijzonder.
Veelvoorkomende combinaties met gemeengoed
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- gemeengoed is 27×
- gemeengoed geworden 20×
- gemeengoed in 18×
- geen gemeengoed 15×
- gemeengoed zijn 14×
- het gemeengoed 11×
- meer gemeengoed 10×
- inmiddels gemeengoed 10×
- gemeengoed werd 9×
- gemeengoed wordt 9×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "gemeengoed" in een zin?
Wat betekent "gemeengoed"?
Wat zijn synoniemen van "gemeengoed"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "gemeengoed" zijn er?
Over deze voorbeelden
De 20 voorbeeldzinnen op deze pagina bevatten het volledige woord gemeengoed. We verwijderen dubbele, te korte, onvolledige en technisch vervuilde zinnen automatisch. De betekenis is afkomstig uit Wiktionary. Lees meer over de bronnen en controles op de pagina over Voorbeeldzinnen.info of bekijk hoe je een correctie meldt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl