Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gemogen.

Gemogen

Voorbeeldzinnen (20)

Ik heb haar nooit echt gemogen.

Tom heeft me nooit echt gemogen.

Eigenlijk heb ik je nooit gemogen.

Ik heb je nooit gemogen.

Tom heeft Mary nooit gemogen.

Je hebt me nooit gemogen, hè?

Tom heb ik nooit echt gemogen.

Ik heb Tom nooit echt gemogen.

Je moeder had hem vast gemogen.

Ik heb je moeder altijd gemogen.

Die heb ik nooit gemogen.

Ik heb hem nooit gemogen.

Ze heeft me nooit gemogen.

Je zus kreeg salmonella-vergiftiging en je moeder, die mij nooit heeft gemogen, beschuldigde mij iedereen te willen vermoorden, en toen...

Ik heb het idee van een plek innemen nooit gemogen... het wegrotten.

Al had hij van wandelaar Jarno, die even aansloot bij de auto, nog wel iets sneller gemogen.

Die foto had wel achter een NSFW link gemogen ja.

Een goede doorontwikkeling, maar de grille had van mij iets kleiner gemogen.

Een stichting van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft vijfenveertig masterdiploma's toegekend, terwijl dit niet had gemogen.

En daar kwam ook het een en ander uit dat eigenlijk allang weg had gemogen.