Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Geneigd.

Geneigd

Geneigd | Geneigdheid | Geneigde

Voorbeeldzinnen (20)

Weinigen zijn geneigd om te denken, hoewel iedereen geneigd is om gelijk te hebben.

Types als Bregman verwarren “geneigd tot samenwerking” met “ geneigd het goede te doen”.

De profeet aarzelde niet te eisen: «roept niet op tot vrede wanneer jullie toch de overhand hebben», maar werd de islam vrede aangeboden, dan mocht deze niet worden afgeslagen: «als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd».

Doordat mensen God en Zijn wil niet kennen, is men geneigd om in zonde te leven, ofwel geneigd om dingen te doen die God niet wil dat men doet.

Hij heeft een tweeledige natuur: naar zijn lichaam is hij stoffelijk, sterfelijk en tot het kwade geneigd, maar naar zijn innerlijke wezen is hij geestelijk, onsterfelijk en geneigd tot het goede.

Jim is geneigd om te ver te gaan.

We zijn geneigd televisie te kijken ongeacht het programma dat bezig is.

Zij is te veel geneigd tot zelfstandigheid om onder iemands toezicht te werken.

We zijn geneigd dat feit te vergeten.

Men is geneigd de eigen fouten te vergeten.

Jonge mannen zijn geneigd slachtoffer te worden van hun eigen gretigheid.

Creatieve mensen zijn geneigd de beste vragen te stellen, en zo bekomen ze de beste antwoorden.

Kan men een datum aanduiden, waarop een taal begon te leven? Men is geneigd te antwoorden: "Wat een vraag!" . En toch bestaat er zulk een datum: 26 juli, Esperantodag. Op die dag in 1887 verscheen in Warschau een brochure van Ludwik Lejzer Zamenhof over de "Internationale Taal".

Ik ben niet geneigd uit te gaan.

Ik ben niet geneigd om uit te gaan.

De mensen zijn geneigd om hun toekomstige noden te onderschatten.

Ik ben geneigd het met ze eens te zijn.

We zijn geneigd te denken dat de meeste honden bijten.

Ik ben geneigd om je te geloven.

Ik ben geneigd je te geloven.