Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Getijdenzone.

Getijdenzone

Voorbeeldzinnen (20)

De schelp leeft ingegraven in slik- en zandplaten van hoog in de getijdenzone tot circa 20 meter waterdiepte.

De soort komt voor in fijn zand met wat slib, vanaf de getijdenzone tot op een diepte van 150 meter.

Deze algenetende dieren komen algemeen voor in de getijdenzone op rotskusten, zandige kwelders en in mangrovebossen, maar minder op slikbodems.

Deze haaien leven vooral in de getijdenzone, soms in water dat hun lichaam maar nauwelijks bedekt.

Het koloniseert rotsachtige ondergrond binnen de getijdenzone op locaties die worden blootgesteld aan sterke golven.

Ook komt deze soort in het laagste deel van de getijdenzone voor.

Scrobicularia plana leeft bij voorkeur hoog in de getijdenzone in slikgebieden.

Ze worden gevonden vanaf de getijdenzone tot op 8 m diepte.

De halfgeknotte strandschelp is zeer algemeen in mariene Holocene lagen die beneden de getijdenzone zijn afgezet.

Habitat De gewone dekselhoren leeft van het gemiddeld laag water springtij getijdenzone tot in het ondiep sublitoraal (ca.

Habitat en leefwijze Scrobicularia plana leeft bij voorkeur hoog in de getijdenzone in slikgebieden.

Habitat en levenswijze Gray's kustslakje leeft semi-terrestrisch in het bovenste deel van de getijdenzone : het bovenste supralittoraal van het schor wat alleen bij extreem hoogwater onderloopt.

De dieren beschikken over 16 paar dorsoventrale spieren waarmee ze zich stevig op het substraat kunnen vastzetten en kunnen voorkomen dat ze in de getijdenzone uitdrogen.

De indeling gaat uit van het ecosysteem van de rivier, bezien van de oorsprong als gletsjerbeek tot het mondinggebied met getijdenzone en overgangen naar zout water.

Leefwijze Dit geslacht bestond uit omnivore aaseters, die leefden van de getijdenzone tot matig diep water.

Stromatolieten zijn fijne afwisselende lagen van in algenmatten ingevangen klei en kalk die ontstaan in een getijdenzone van ondiep tropisch water.

Veel grote soorten zijn gevoelig voor uitdroging en mijden de getijdenzone.

Verspreiding en ecologie De kleine hooiwagenkrab komt voor op harde substraten, maar soms ook op zandig slib, vanaf de getijdenzone tot op 40 m diepte.

Verspreiding en ecologie De wolkrab komt voor op stenige en rotsachtige bodems, vanaf de getijdenzone tot op 100 m diepte (meestal tussen 10 en 30 m).

Zeesterren leven op de bodem van de zee, van de getijdenzone tot 8 kilometer diepte.