Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Getjilp.

Getjilp

Getjilp betekenis

het aanhoudend kwetteren en zingen van kleine vogels

Synoniemen van Getjilp

Voorbeeldzinnen (16)

De zon komt op en ineens hoor je getjilp, net anders dan je kent.

Vrolijk klinkt het getjilp van de duinpieper in de Veluwse bossen, terwijl de kleine heivlinder er lustig op los fladdert boven het stuifzand.

Vogels luisteren dus aandachtig naar het getjilp en gefluit van andere soorten, maar begrijpen ze ook waar die andere vogels het precies over hebben?

Het getjilp van de vogels is weer veel te horen in de stad.

Hun gehamer vermengt zich met getjilp uit het bos.

En je leert er ook nog wat van, al is dat bij mij meer visueel dan auditief: kraai en merel willen nog wel lukken, maar hoe in godsnaam ooit dat getjilp van het kleine grut te onderscheiden?

Het zachte getrommel krijgt slechts gezelschap van het geblaat van een lam, het geblaf van een hond en getjilp van vogels.

Kijken ver rond en horen het getjilp en gekwetter van alle vroege vogels die lijken te genieten van de voorjaarszon.

Ik hou van stilte, eventueel doorbroken met het getjilp van een vogel bij het raam.

Juist in de donkere wintermaanden fleuren vogels de tuin op, met hun capriolen, gefladder en getjilp, of gewoon met hun mooie, kleurrijke verschijning.

Opeens trekt het getjilp van morsetekens mijn aandacht; ze komen vanuit de linkervleugel van het kantoorgebouw.

Wat een getjilp, gefluit, getetter, gekoer, geriedel, gekras, gekwaak, gekukel (kikkers en hanen waren er ook) en gegak!

De zang bestaat uit een zacht getjilp.

Het is een getjilp van jewelste.

Op het nest kan ook een vlug getjilp worden gefloten.

De zang van het vogeltje beperkt zich doorgaans tot getjilp.