Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gewaggel.
Voorbeeldzinnen (5)
Allemaal vrijgezelle debielen met opblaaslullen op hun hoofd die als een kip zonder kop iedereen in de weg lopen met dat gewaggel rond dat kasteel.
Ik zag de bergen vuilnis aan de overkant, de troosteloze gevels, het moeizaam gewaggel van de Turkse ingepakte imbiciele vethopen, de agressie van de ""jongeren"", het schoppen en gooien van vuilnis, en het lanterfanten.
Het soort schoenen bepalen de allure, de stap, de houding, het gewaggel, de zelfverzekerdheid of aftastende schrede bij de drager.
Halfnaakte toeristen, vrijende koppeltjes op straat, dronken gewaggel en van balkons springen in het zwembad, het behoort allemaal tot het verleden in Magaluf.
Misschien kan ze nu normaal lopen, je weet maar nooit, van voren kan ze trouwens wel wat meer hebben, ze heeft nl. een uitstekende voorgevel die de aandacht van dat gewaggel afleid.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl