Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gezeglijk.

Gezeglijk

Gezeglijk | Gezeglijker

Gezeglijk betekenis

(vooral van kinderen en jonge mensen) gehoorzaam

Voorbeeldzinnen (7)

Gezeglijk als ik ben wacht ik in dezen keurig met panikeren tot mijn man zegt dat het mag.

De één na de andere collega wordt eruit gewerkt, en vervangen door jonkies, lekker goedkoop, onbevoegd, en gezeglijk.

Er is maar één denkbare verklaring voor dit soort mechanismen: de Nederlandse burger is zó murw en gezeglijk gebeukt, dat onze ambtenaren en bestuurderen er telkens ongestraft mee wég komen.

Veertig is vaak oud, minder kneedbaar en gezeglijk en dat soort dingen.

Hij is nu nog veertien, als hij zestien is, is hij vermoedelijk niet meer zo gezeglijk.

Duidelijk is dat deze meiden niet tot een gezeglijk tutje willen opgroeien.

Intelligent, levendig en gezeglijk, met een sterke wil zijn baas te behagen.