Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gezel.

Gezel betekenis

makker, reisgenoot | middeleeuwse ambachtsman in een gilde die nog niet de rang van meester of baas had verworven | handwerksman die als knecht onder een baas werkt

Voorbeeldzinnen (20)

In de samenwerking leert de Gezel van de ervaring van de Meester en de Meester van de actuele theoretische kennis van de Gezel.

Zijn hond is zijn goede gezel.

Als je mag blijven dan hebben ze ook een sociaal werkcontract voor je en ben je vier dagen in de week aan het werk (als gezel) en krijg je een dag per week onderwijs in taal en maatschappijleer.

Dit zijn typetjes die vroeger in een "meester - gezel" systeem op hun 14de aan het werk gingen.

Het is moeilijk meester worden als je officieel geen gezel mag zijn.

Wie haar hete varkensadem in zijn gezicht had gevoeld was opgelucht weer als een vrij gezel op straat te kunnen lopen.

Volgens de overlevering geeft de kapel de plek aan waar de Ierse koningsdochter Dimpna en haar geestelijke gezel Gerebernus in een kluizenaarshut tot haar vader haar vond en het hoofd afhakte.

Wie ben jij?”, vraagt ze boos aan zijn gezel.

Een vriend die mee aan het duiken was, merkte donderdagavond op dat zijn gezel in de problemen was gekomen.

Brock bezocht de School of Design in zijn geboortestad en trad daarna als gezel in dienst van de Worcester Royal Porcelain Works.

De gezel heeft sjerp en een ceremoniële wandelstaf, die symbool staat voor het rondtrekken dat de aard van de organisatie bepaalt.

De leerling werkte voor de meester als betaling voor zijn opleiding, de gezel werd betaald en had gevorderde vaardigheden.

De werkplaatsen mochten, naast de bouwer zelf, slechts één gezel en één leerjongen tewerkstellen en iedereen moest dezelfde middelen en materialen aanwenden.

Grasser kwam omstreeks 1472 naar München, na afloop van zijn jaren als gezel en het behalen van zijn meesterstitel.

Helgi zond zijn gezel Sigarr naar koning Eylimi om Sváfa te halen voordat hij stierf.

Hij was nog in La Liberté, op 08/02/1979, bevorderd geworden tot Gezel.

In tegenstelling tot de meeste andere Franse ridderordes telt deze orde slechts één klasse: die van Compagnon de la Libération (Gezel van de Bevrijding).

Mogelijk kwam hij kort voor 1640 naar Amsterdam om als leerling-gezel bij een goudsmid te werken.

Ook tegenwoordig zien we het begrip "gezel" nog in deze betekenis: een handwerksman of -vrouw onder een baas.

Tussen 1906 en 1921 woonde en werkte hij voornamelijk in Amsterdam, met onderbrekingen waarin hij onder andere in Antwerpen en Parijs verbleef en als reizend gezel door Duitsland trok.