Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gheenen.

Gheenen

Gheenen | Gheen

Voorbeeldzinnen (3)

Mijn Heer daer loopt het op, ick en was toen noch gheenen Priester ghewijt, Wel seght my eens wat dat ghy nu sijt.

V oor Godt wil ick belijden End zijner grooter Macht, Dat ick tot gheenen tijden Den Coninck heb veracht: Dan dat ick Godt den Heere Der hoochster Maiesteyt, Heb moeten obedieren, Inder gherechticheyt.

Waerop eenen Sergeant vanden Baniere 36 Antwoorde seer cloeckelijck, Smackende 38. die pen int vyere: Ick sy veel liever eer morghen een lijck. 40 Dus had den Coronel gheenen wijck 40. Dan seyde, ick sal u schiere Doen vallen metten palmen int slijck.