Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gissen.

Gissen

Gissen | Giss | Gissing | Gissendaner | Gissend

Gissen betekenis

een vermoeden uitspreken over iets

Voorbeeldzinnen (20)

Gissen is missen.

Ik laat je gissen.

Ik zou niet willen gissen.

U bent aan het gissen en je wilt dat ik je mankracht geeft om een ingeving te volgen.

Als je je woorden moet wikken en wegen en je af moet vragen wat wel of niet wordt goedgekeurd (en dat is altijd gissen) gaat de discussie er niet op vooruit.

Bij monitoring en evaluatie had ik een stevigere paragraaf verwacht, waarbij we nu eindelijk eens van gissen en missen naar meten is weten gaan bij de uitstoot van transport, op- en overslag van vluchtige organische stoffen.

Dat blijft gissen, maar ik durf te wedden dat hij geen advocaat kon vinden die op basis van "no cure, no pay" wilde werken.

Dat is gissen uiteraard.

De reden kan ik alleenmaar gissen.

De zorgverleners die sprak, kunnen wel gissen naar de reden voor toename van palliatieve sedatie – patiënten met minder tolerantie voor pijn, patiënten die er vaker om vragen, artsen die eerder verzoeken inwilligen – echt weten doen ze het niet.

Grappig/ Jet zal GISSEN zijn.

Het blijft echter gissen hoe doenbaar die kolossale opzet in de praktijk zou zijn geweest.

Het blijft gissen wat er juist is gebeurd: kwam de jongen in het water van het Zennegat terecht en verdronk hij?

Het blijft natuurlijk gissen, maar wat als de race nog drie of vier ronden langer had geduurd.

Het is gissen, ook voor de staf van FC Twente.

Het is gissen waarom het zo hard gaat, maar op de IEX-redactie denken wij dat het aan de grotere risicobereidheid van beleggers ligt.

Het is nog een beetje gissen welke AMG’s er gaan komen.

Het is nog gissen naar de volgende club maar Cappellen sprak van ‘wellicht een club uit 2de nationale’.

Het is voor topteams gissen naar de reden.

Het waarom is voor haar nog altijd gissen.