Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Glanst.

Glanst

Voorbeeldzinnen (20)

Hij glanst mooi, mijn vrouw heeft hem gisteravond nog gewassen.

Op beide ligt Besi er uitstekend bij, de chipper glanst en glimt.

Daar glanst een zopas door de burgemeester van Roswell onthulde eretegel.

Groen, blauw, paars en goud: een verse zeepbel is betoverend mooi, zoals hij daar glanst in het zonlicht.

Alleen de hoofdrolspeler, de wolf, glanst door afwezigheid.

Alles glanst en glimt je tegemoet in de nagelnieuwe praktijk van Dr. Moniek Beerends.

Als het glanst en glittert, is het goed”, zo stelt hij.

Het woord glanst, de daad is vaal.

Alleen is het de vernis die glanst, economisch zouden ze allang zijn ingestort volgens de geldende regels.

Fifty-Fifty met iemand, die wél glanst en doorgroeit.

Het blad is enigszins vlezig en glanst.

Het roest niet en glanst.

Het verenkleed glanst niet en de staart is ondiep gevorkt.

Hij staat iets af en ligt niet glad aan en glanst.

Met uitzondering van de vleugels en staart glanst het in verschillende tinten blauw, groen of purperrood.

Rijckaert maakt het moeiteloos los en als hij het zwaard uit de schede trekt, glanst het hem toe.

Dat een auto glanst en door de lichtval van kleur verandert, komt vaak door een bijzonder stofje in de verf: mica.

Haar huid glanst in het zonlicht als ze 's middags langs een diep uitgesleten modderpad van de kliniek naar haar huisje tussen de suikerrietvelden loopt.

Hun haar glanst; hun ogen stralen; hun huid straalt, ze hebben een stralende glimlach.

Waarom glanst de tekst in trefzekere beknoptheid, wanneer we Luthers woorden terughoren in Bachs Matthäus- of Johannes Passion?