Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Glimlachten.
Voorbeeldzinnen (20)
De andere jongens glimlachten.
We glimlachten beiden op bijna hetzelfde moment.
Ze glimlachten naar elkaar.
De twee meisjes glimlachten naar elkaar.
De twee dames glimlachten naar elkaar.
Ze keken elkaar aan en glimlachten.
Ze glimlachten allebei.
Ze glimlachten beiden.
Ze glimlachten, fronsten of gromden waarschijnlijk niet, maar de Tyrannosaurus rex en aanverwanten hadden vrijwel zeker het dino-equivalent van lippen.
Alle jonge vrouwen die ze tegenkwam, hadden wapperende haren en glimlachten.
Een agente die in de ruimte was, deed een Hitlergroet en de anderen lachten en glimlachten.
Ik viel van schrik bijna van mijn stoel, maar Karel stak zijn hand op, de gezichten glimlachten en verdwenen weer.
We glimlachten breed om het gemis aan gebaren goed te maken.
Ze glimlachten breed: de Belgian Cheetahs hebben hun rechtstreekse ticket voor het WK van 2022 beet.
Dat feitje verkondigde ik met trots overal en de volwassenen om mij heen glimlachten minzaam.
Ze glimlachten vriendelijk, zeiden hoe trots ze op alles waren, en hoe blij ze waren om onder zijn leiding plaats te gaan nemen (hopelijk) in de Tweede Kamer.
Het viel onze onderzoeker al eens op dat ze zo lieflijk naar elkaar glimlachten!
De selfie was al genoeg om de alarmbellen te laten afgaan, maar dat Ri en Kim volgens officiƫle rapporten glimlachten naar atleten van andere landen, Zuid-Koreanen inbegrepen, is een serieuze inbreuk op de gedragscode van Noord-Korea.
Op elk van deze beelden was een man of een vrouw te zien, die ofwel glimlachten of een neutrale gezichtsuitdrukking hadden.
De dames lachten niet, die glimlachten, ik vermoed vanwege het schattige element in hetgeen ze aanschouwden, een schoonvader en zijn buitenlandse schoonzoon die Lori praatten.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl