Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Glinsterden.

Glinsterden

Voorbeeldzinnen (8)

Hun harnassen fonkelden, de juwelen glinsterden en de pluimen wapperden op de hoeden, bij Lumey een rosse vossenstaart.

Hij keek dwars door mij en zijn ogen glinsterden.

In haar ogen glinsterden de tranen.

Op een bepaald moment vielen ons bordjes op die glinsterden in het zonlicht.

Af en toe draaide ze haar hoofd naar me toe en dan glinsterden haar ogen in die van mij.

De juweliers in de Vestingstraat (ga daar niet op zaterdag winkelen, dan is bijna alles dicht) hadden adembenemende objecten onder halogeen gelegd, waardoor ze bijna bovenaards glinsterden.

Haar ogen glinsterden en ze legde haar hand op mijn broek en wreef verlegen over mijn harde lul.

Ochtenden in het gras aan de oever van de rivier, als de golven glinsterden?