Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gloeide.

Gloeide

Voorbeeldzinnen (20)

De verwarming gloeide, de wasmachine draaide en de koelkast zoemde, maar uw kleine huis was nog vrij van laptops, gameconsoles, tablets en smartphones.

Brand zag dat zich een vaste stof vormde die gloeide.

Bondscoach Alyson Annan van de Nederlandse hockeysters gloeide van trots na het behalen van de Europese titel in Antwerpen.

Toen hoofd jeugdopleiding Alexander Palland vorige week zaterdag in Uden naar de basiself van Oranje O17 keek, gloeide hij van trots.

Van binnen gloeide Reinier Robbemond van trots toen hij zondagochtend door de felicitaties op zijn telefoon scrollde.

Erykah Badu gloeide af en toe ouderwets op een fijne, achteroverleunende groove.

Komend van eenvoudige driehoekjes en smileys, is Rothemund met zijn DNA-origami inmiddels beland op het terrein van de echte kunst: Vincent van Goghs 'Sterrennacht' gloeide vorig jaar, in rood, op de omslag van vakblad Nature.

Haar gastvrouw gloeide van trots, ‘Dat is helemaal waar, maar…’ de voorname dame zuchtte, ‘…als toch die oorlog en die jodentoestand er niet waren geweest.

En eentje gloeide meer dan de andere, 'Bring Up The Bodies' of 'Het boek Henry' van de gedoodverfde winnaar Hilary Mantel.

Mijn eerste artikel ging over Nonkel André, dat stuk gloeide van verontwaardiging.

Mensen die haar ontmoet hebben, vertelden Fagan dat “als ze je aankeek, ze op de een of andere manier gloeide, ze was stralend”.

Behalve Jorritsma gloeide ook provinciebestuurder Bert Pauli van trots bij zulke mooie woorden.

De gouden drank gloeide in zijn kristallen kom.

Het enthousiasme gloeide hun ogen uit.

Het had één licht dat dof gloeide en toen helder werd.

Ik gloeide van de hete olie en mijn hele lijf voelde soepel en flexibel.

Maar van binnen was hij warm, van binnen gloeide hij.

M’n lichaam gloeide en m’n eikel klopte van opwinding toen Liesbeth haar rok verder omhoog trok en ze haar strakke, gladde slipje liet zien waarin haar venusheuvel en schaamlippen duidelijk zichtbaar waren.

Zelfs toen een week later de andere ooievaar kwam en het klepperen begon, waarmee ze hun minnedans begeleidden, gloeide het vuur van hun woede niet opnieuw aan, maar bleef traag smeulen achter hun woorden, waarin ook een knipoog niet ontbrak.

En ineens een felle, felle pijn in zijn hart, een pijn, die bliksemde naar zijn hoofd, dat het gloeide, en klopte, en flitste O! dat denken! dat denken!