Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gloeit.
Gloeit
Voorbeeldzinnen (20)
Het is 'n kompasring die gloeit in 't donker.
Bij dat ‘wie’ gloeit meteen het hete hangijzer van identiteit.
Maar goed; huize Bartjeau gloeit de diesel wel weer voor om het grut morgen en overmorgen naar school te brengen.
We zijn in de badkamer, ik ben hem aan het afdrogen; zijn huid gloeit nog na van het warme water.
Zo'n plaat gloeit nog vele uren na.
Daar komt zoveel energie bij vrij dat het gat helder gloeit.
Het Oog van Ollongren gloeit ook op vanaf de toren van BiZa, alsof je naar een slechte fantasy remake aan het kijken bent.
Hij gloeit nog na van het concert van het weekend ervoor.
In deze aflevering: Eva gloeit nog na van het trio met haar jongere minnaar Daan en zijn vriend Mick, als de buurman aanbelt met een fles wijn.
Een vonk is een klein deeltje dat zo heet is dat het zichtbaar gloeit.
Wanneer de muts van de Kerstman gloeit op het hoofd van een kind betekent dat diegene de kerstsfeer in zich heeft.
Bart gloeit van trots en ik ben onder de indruk wanneer ik meteen een rondleiding krijg.
Het gloeit nog eeuwen na qua radioactiviteit.
Dat gloeit net zo gezellig als de ouderwetse lamp.
Er zindert en gloeit iets.
Iedere keer als ik het zie gloeit mijn hart van trots over de vrijheid die de roker geniet, geweldig!
Maar vraag je de restauranteigenaar naar de Brexit, dan gloeit hij van woede.
Wat de kleur geeft bij een vlam is het feit dat er koolstof (roet) vrijkomt, dat gloeit door de temperatuur van de vlam.
De lucht gloeit vanwege hem, omdat de duivel uit zijn afgrond komt en zichzelf transformeert in een engel van licht, dwazen bedriegend met ijdelheid en hoop op menselijke pleziertjes.
In Shi’s versie is de man op de voorgrond verdwenen en gloeit aan de horizon een onheilspellende paddenstoelvormige waterstofbom-explosie.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl