Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Gluiperd.
Gluiperd betekenis
iemand die gluipt (slinkse streken uithaalt, vals is en/of huichelachtig kijkt)
Synoniemen van Gluiperd
Voorbeeldzinnen (20)
Want toen jij 't me vroeg, besefte ik dat ik die gluiperd niet vertrouwde.
Wat een gluiperd ben jij.
Haal dat ding weg, kleine gluiperd.
Als je naar Samson kijkt dan ziet hij er altijd een beetje high uit, een echte gluiperd.
Een gluiperd wil Visscher de man niet noemen, 'maar hij is wel door list en bedrog zo ver gekomen.
Een kind kan op afstand ruiken dat Jan Paternotte een gluiperige gluiperd is.
En zo'n gluiperd als Hugeau werk daar maar al te graag aan mee als Mark dat voorsteld.
Ook hier toonde Frans Timmerfrans zich weer een achterbakse gluiperd.
Rutte laat met opzet een puinhoop achter, het bljft een gluiperd.
Wat een gluiperd is het toch.
Wat ik maar bedoel te zeggen is dat de lijst met fuckups, kwaadardige manipulatie, ontkenning en blatante leugens zó lang is dat je je afvraagt wie dan toch die mensen zijn die nog steeds op die gluiperd stemmen.
Zolang die gluiperd van een Wilfred nieman daar zit is het voor rutte appeltje eitje.
Kijk, Le Pen is wat en haar vader is een grote smeerlap, maar Macron is een ontzettende gluiperd met een stropdas.
Meneer is een jij-bak die geen concurrentie duldt en een hypocriete gluiperd die anderen de maat neemt zonder in de spiegel te kijken.
We wisten het, de gluiperd.
Zo'n gluiperd komt hiermee weg terwijl een Willem Engel de bak indraait.
Deze gluiperd is een van maar liefst 3 advocaten die voor P66 in de Kamer zitten.
En nu blijkt Sjoerd Sjoerdsma (wat een naam) een zelfde miezerige gluiperd te zijn.
Het is gewoon een gluiperd en daarmee past hij goed bij de rest van de politici in Den Haag.
Ik kan me al heel lang niet aan de indruk onttrekken dat hij een villeine gluiperd in maatpak is.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl