Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Godslamp.
Godslamp betekenis
een olielampje in de buurt van het tabernakel dat blijft branden zolang het Heilig Sacrament in het tabernakel aanwezig is
Voorbeeldzinnen (11)
De godslamp brandt er altijd bij het tabernakel, een kluisje waar het Heilig Sacrament (geconsacreerde hostie) bewaard wordt.
De deurtjes staan open en de godslamp is gedoofd; het Heilig Sacrament is immers niet aanwezig.
De kerk bezit een 18e-eeuwse zilveren kerk, en een koperen godslamp en intreebel, vervaardigd door Paul Lateur.
Het is idioot als de pastoor of de bisschop daar de Godslamp uitblaast of het Allerheiligste weghaalt.
Dit is de Godslamp die altijd brandt.
Deze godslamp is de derde in het gebouw.
Het tabernakel is bij aanvang van de H. Mis leeg en de godslamp gedoofd.
In die zin kan de flambouw worden opgevat als een 'mobiele godslamp '.
Na de viering zal de Godslamp gedoofd worden, het altaar wordt ontkleed en de heilige hosties worden overgebracht naar de St. Lambertuskerk.
Zij had een bijzondere voorliefde voor de verering van het heilig Sacrament en wenste dat haar lichaam, na haar dood, zou oplossen tot olie, opdat daarmee de godslamp voor het tabernakel brandende kon worden gehouden.
Het tabernakel is bij aanvang van de H. Mis leeg en de godslamp daarom gedoofd.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl