Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Goedgekleed.
Goedgekleed
Goedgekleed betekenis
van een persoon dat deze mooie, nette, goede kleding draagt
Voorbeeldzinnen (7)
Zag ik ook, goedgekleed, mooie koffer, alsof ie een all-inclusive binnenwandelde.
Daar gaat iedereen ’s ochtends goedgekleed naar de koffiebar voor een espressootje en een chocoladebroodje, en dan van twaalf tot half drie weer lunchen.
De mannen onder deze ascendant zijn meer nog dan de vrouwen op kleding en uiterlijk gericht; ze willen altijd goedgekleed gaan en zien er op en top verzorgd uit.
En ja: de straten schoon en de mensen goedgekleed, zeker hier in de oude binnenstad.
Verwarrend, want David Beckham was toch altijd het toppunt van cool en goedgekleed?
Een konijn is goed gezelschap en is goed gemanierd (vaak ook goedgekleed).
Vélen ervaren dit eigenlijk als een soort "hinder", men gaat niet met een stropdas en goedgekleed naar 1 kantoor.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl