Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Grijnst.
Grijnst
Voorbeeldzinnen (20)
Hij ziet eruit als een alledaags persoon zoals je ziet op de straat... maar als hij grijnst, vallen de vogels van de telefoonpalen.
Hooton grijnst aan het einde van zijn rondleiding.
Maar toen speelde ik wel nog voor Antwerpen”, grijnst de Wilrijkse goaltjesdief.
Natuurlijk vonden medestudenten „bijna direct” een illegale kopie van de documentaire, grijnst ze.
Omdat ie zo leuk grijnst?
Twee oefenduels bij NAC Breda, dat was het, grijnst hij.
En zo’n witte trui, dat is toch altijd schoon hé (grijnst).
Ik zie zo’n getrouwde man voor me die tijdens een dinertje zachtjes grijnst terwijl hij op zijn smartphone door de foto’s van vernederde jongens swipet.
Te hard gevierd na zijn doelpunt, vermoed ik (grijnst).
Ze doet me denken aan Ancilla (zie het plaatje waarin ze vanuit de auto naar jou grijnst), dat rubber/latex model van de piraten.
Die staat nog te lachen als hij niet grijnst.
Eddy grijnst omdat Wim er bijna in trapte.
Het gaat goed, in België heb ik ook niet zoveel afleiding als in Nederland (grijnst).
We leven nu eenmaal in het nu en niet in het verleden, maar ondertussen grijnst de eeuwige Jood ons tegemoet met zijn net te grote neus en zijn brandende ogen als kolen.
Ze nemen dan op vrijdag een tas met stukken mee naar huis en die grijnst hen het hele weekend aan.
Ik zag dat ze ook een nieuwe officiële coach hebben (grijnst).
Kaag, die grijnst altijd zo vaag.
Straks gaan we weer samen voetballen”, grijnst de gewezen vedette van Barcelona.
Wat Bölöni betreft is Club de grote favoriet: “Hij kruipt graag in de rol van de underdog (grijnst).
Tevens is hij pijproker en grijnst hij opvallend vaak.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl