Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Grijnzen.
Grijnzen betekenis
het gezicht tot een grijns vertrekken
Synoniemen van Grijnzen
Voorbeeldzinnen (20)
Ze grijnzen allemaal naar Tom.
Tom is aan het grijnzen.
Tom begon te grijnzen.
En dit zou dan weer enige gelijkenissen vertonen met het uiterlijk van personen die in figuurlijke zin sardonisch grijnzen.
Je vergeet de accijnzen, voor het grijnzen.
Met grote grijnzen op hun gezicht kloppen de jongens van toen, nu vrijwel allemaal in de zeventig, elkaar op de schouder.
Ik moest nogal grijnzen bij die laatste zin.
Lekker staaltje bullshit, ik zit te grijnzen hier.
Potverdorie, als Volkert eens in Azië gaat kijken naar hoe er daar met de beestjes wordt omgegaan, en hoe locals erom grijnzen.
Vanavond blijft hij maar grijnzen en mompelen.
Als achter stuur zat, zou hij breed grijnzen en zelfs een beetje kirren van jolijt.
Die kon zelfs mij laten grijnzen met het Songfestival.
Op de achtergrond zie ik zeerover Jenny grijnzen als het hoofd van haar vijanden valt.
Rutte kan nu na elf jaar grijnzen eens een keer laten zien dat hij een vent is.
Terwijl de censuur inmiddels behoorlijk is en de democratie wordt opgeruimd blijft het volk grijnzen net als haar voorbeeld Rutte.
Toen stonden de heren, zeer content met zichzelf, een beetje te grijnzen.
Beetje popi vraagjes stellen, aandachtig knikken, behoedzaam loopje, grijnzen waar het moet, ook wel serieus kijken.
Hij hoort even later, als zijn collega's terug zijn, dat de ouders zich kapot geschrokken zijn, dat ze zoiets nooit meer zullen doen, en begint dan opgelucht te grijnzen.
Ik hoop dat het grijnzen hem snel vergaat.
Waarom zit Roos Moggré te grijnzen terwijl ze vertelt dat haar ZZP-man een lege agenda heeft?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl