Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Groentje.
Groentje betekenis
iemand die uit onvervarenheid nog veel fouten maakt en daar vaak voor geplaagd wordt | bepaald soort dagvlinder, uit de familie , de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes | bereide groente als onderdeel van een maaltijd
Voorbeeldzinnen (20)
Hij is nog een groentje op het werk.
Ik ben geen groentje meer.
Ik werd opgelicht als groentje.
Ging en je werd Een groentje.
Wat doe je hier, groentje ?
Ik heb me als een groentje laten beroven.
Fijn dat je gekomen bent, groentje.
De telefoon opnemen als 'n groentje.
Vingers wijzen naar het groentje, regisseur Daminan Cockburn... waarvan ingewijden zeggen dat hij de steracteurs niet onder controle heeft.
Misschien daarom die tijd met dat groentje in Parijs.
Je hebt 't verknald, groentje.
Zoe Martinelli... groentje van de 15e werd vermoord 3 jaar geleden.
We geven de zaak over aan 'n groentje... om niet teveel voortgang te boeken?
Zette je daar een eerstdaags groentje op?
Het raadslid Duivesteijn, zelf nog in alle opzichten een groentje, zat met enkele collega-raadsleden en twee topambtenaren op de kamer van Vink.
Ik was een groentje en bang voor een blauwtje.
De ervaren wethouder uit Oss kwam in 2017 als groentje de Kamer in.
Een behoorlijk takenpakket maar Elst is dan ook al lang geen groentje meer.
Een van de overlevenden was de in Suriname geboren Pa Sem, die Het Groentje in de flat Groeneveen beheerde.
Het enige wat “extreem” is is jouw domheid groentje.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl