Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Grootbek.

Grootbek

Grootbek | Grootbekken

Grootbek betekenis

iemand die luidruchtig van zich laat horen, iemand met een grote mond | iemand die speeksel uitademt bij het spreken; iemand die spreekt met consumptie | vogel met een grote snavel, in het bijzonder een toekan ()

Voorbeeldzinnen (7)

Hij blijft een getatoeëerde op anabolen levende grootbek, met een soortgelijk minderwaardigheidscomplex als de vomar grootbek.

Elke moord op een grootbek vermomd als oppositie of een journalist die de maffia onderzoekt wordt gelinkt aan Poetin.

Ik heb er wel een hekel aan als een grootbek me het eten van tafel stoot.

Ik vind het een heel goede analyse van deze grootbek die altijd iedereen de maat neemt en zichzelf altijd op een voetstuk plaatst.

In ieder geval zakkenvullers; ook de grootbek verdwaasde Groen-Linkse en PVDA ‘ers!

Die agent had die grootbek met z'n knuppel plat moeten klappen was nog beter geweest.

Toch weer het laatste woord voor die grootbek van denk.