Wil je Groothandel correct in een zin gebruiken? Deze 20 voorbeeldzinnen tonen het woord in context, samen met de betekenis.
Groothandel in een zin
Gerelateerde woorden
Groothandel betekenis
- de handel die producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars
- een bedrijf die producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars
Synoniemen van Groothandel
Voorbeeldzinnen (20)
De bitterballen komen uit de bekende supermarkten en grote merken die alleen bij de groothandel te verkrijgen zijn.
Ik hoef me overigens niet druk te maken om prijzen, en als ik dat wel doe dan bestel ik direct bij een groothandel.
Dat doet de groothandel in woonaccessoires door zich aan te passen aan én voor te sorteren op marktomstandigheden.
De verdachte besloot in te breken in het magazijn van de huurder en nam tientallen spullen weg uit de groothandel.
Sligro Food Group, met als belangrijkste klanten de horeca, verschuift van traditionele groothandel naar datapartij.
Zijn vader vormde samen met zijn oom de eerste generatie in het familiebedrijf, een groothandel in levensmiddelen.
De werkgelegenheid in de groothandel groeit in Gorinchem nog steeds, zij het minder sterk dan in het recente verleden.
Destil, groothandel voor bouw en industrie, verdwijnt na dit seizoen van het shirt van de Tilburgse voetbalclub.
Daarmee zou ook de omzet van groothandel Sligro op korte termijn weer kunnen terugkeren naar het niveau van voor corona.
Bij veel mensen is hij bekend om zijn gemakswinkels, groothandel Verra, Café De Vriendschap en het Hazeskoor.
Doe hierbij van tevoren wat onderzoek, zodat je een groothandel vindt die past bij jouw specifieke behoeften.
En dat ondanks zijn verder vlekkeloze dienstverband bij de Ridderkerkse groothandel in slangen en toebehoren.
Dit betreft vooral de groothandel in voedings- en genotmiddelen (+108% groei ten opzichte van januari 2021).
Sinds de groothandel haar assortiment met beveiligingsproducten heeft uitgebreid, is de samenwerking verder geïntensiveerd.
Anderen om 5 uur bij de groothandel zijn om in te kopen, zodat jouw vrouw verse waar kan kopen op de markt.
De vorige keer zaten gewoon stickers van Jumbo op, horeca koopt z'n spullen natuurlijk bij de groothandel.
Wat niet verandert is dat Dero 2.0 gewoon een Brabantse groothandel blijft waar de koffie en iets lekkers altijd klaar staan.
Annelies Bootsman (46) werkte vijftien jaar lang bij dezelfde groothandel in bouwmaterialen en besloot het roer om te gooien.
De ondernemer is eigenaar van groothandel De Groene Tulp en heeft een webwinkel voor kleine thuistelers.
Tegelijkertijd streeft Sysco naar een kostenreductie van $750 mln. De groothandel ligt op koers om de doelstellingen te halen.
Veelvoorkomende combinaties met groothandel
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- de groothandel 79×
- groothandel in 40×
- een groothandel 35×
- groothandel en 11×
- groothandel sligro 9×
- en groothandel 9×
- technische groothandel 8×
- als groothandel 7×
- van groothandel 6×
- groothandel voor 5×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "groothandel" in een zin?
Wat betekent "groothandel"?
Wat zijn synoniemen van "groothandel"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "groothandel" zijn er?
Over deze voorbeelden
De 20 voorbeeldzinnen op deze pagina bevatten het volledige woord groothandel. We verwijderen dubbele, te korte, onvolledige en technisch vervuilde zinnen automatisch. De betekenis is afkomstig uit Wiktionary. Lees meer over de bronnen en controles op de pagina over Voorbeeldzinnen.info of bekijk hoe je een correctie meldt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl