Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gruwden.

Gruwden

Voorbeeldzinnen (11)

We vonden elkaar op den duur bijna evident, ook al gruwden we allebei van evidentie.

Daarvoor mist deze de grillige wreedheid en sluwheid van de vos waarvan zoveel luisteraars en latere lezers gruwden en… mee wegliepen.

Fans vonden het gluren geweldig, critici gruwden ervan.

Of ze vonden het lekker, of ze gruwden ervan.

De Britten smulden, maar gruwden tegelijkertijd.

Ze hadden het over een auto uit de fifties, de Ford Edsel, een benzinezuiper met vinnen op de achterflanken, waar de Amerikanen van gruwden.

Ouders gruwden van het Teringtubbie-lied, een hit onder kinderen.

Onweer naderde en week, diepe afgronden gruwden onder onze voeten, water ruiste bestendig door de buis en op onze hoofden.

Zodra iets onwaars aan hen verscheen, voelden zij niet alleen een weerstand, maar zij gruwden ervan, precies zoals dit ook met de engelen het geval is.

Waar men voor gruwden was de hoedanigheid van de aanspraken.

Later volgden Terry Jacks en Westlife, alhoewel de fans van de eerste versie gruwden van de commercialisering van het nummer.