Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gymen.

Gymen

Gymen | Gym | Gyms | Gymn | Gymden

Voorbeeldzinnen (9)

Lekker na een storm gaan gymen in het bos, trx aan een boom en maar sjorren.

Gewoon meedouchen na het gymen, Nederlands praten, deelnemen aan klassenfeesten.

Het gymen is een voorbereiding op de Jihad.

Links leerlingen die inspreken in de gemeenteraad, rechts uit protest gymen op het stadhuis.

En het is vooral een sportieve upgrade: we gaan schaatsen, gymen, voetballen!

De kleuters maken hier iedere dag gebruik van, hetzij om te gymen, hetzij om te spelen met kleden en verkleedkleren.

Tijd om te spelen, knutselen, gymen, voorlezen kennen ze niet.

Kaylee kan goed gymen.

Wij gaan gymen in de Geut.