Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Haardstedenregister.
Voorbeeldzinnen (9)
Het Haardstedenregister van 1672 vermeldt Wicher Ebbinge met 3 paarden.
Hij wordt in het Haardstedenregister van Eelde alleen vermeld in 1744, met 2 paarden, in een huis tegenover de kerk.
Hij wordt vermeld in het haardstedenregister te Zuid-Sleen in 1672 als Hamming voor 1 paard.
In het Haardstedenregister van 1672 lijkt het huis te zijn overgeslagen.
In het haardstedenregister van 1754 heeft hij een vol erf te Bonnen.
In het Haardstedenregister van Eelde 1744 wordt weduwe Roelef Beerling vermeld onder Eelderwolde met 2 paarden.
Mogelijk is Hindrik Jansen Scheerhoorn identiek met Hindrik Jansen, die in het Haardstedenregister van 1672 wordt vermeld na Barelt Ebbinge.
In het Haardstedenregister uit 1693, dus slechts één jaar later, wordt dezelfde Roeleff Zijngs opnieuw aangeslagen in verband met zijn paarden bezit.
Het haardstedenregister was in Nederland in de 17e en 18e eeuw de registratie van het haardstedengeld (ook wel: schoorsteengeld), een belasting over haardsteden die kan worden gezien als een voorloper van de huidige onroerende-zaakbelasting (OZB).
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl