Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Haastte.

Haastte

Haastte | Haastten

Voorbeeldzinnen (20)

Iedereen haastte haastte zich naar de deuren.

Na het ontbijt haastte ik me naar school toe.

"En trouwens," haastte Dima zich toe te voegen, terwijl hij zijn rekenmachientje tevoorschijn haalde en 0,99 deelde door 3.000.000, alvorens het te vermenigvuldigen met 100, "u realiseert zich toch wel dat u maar 0,0033% zou verliezen, hè?"

Hij haastte zich om de trein niet te missen.

De dokter haastte zich naar zijn patiënt.

Ze haastte zich zodat ze niet te laat zou zijn.

Hij haastte zich om in zijn auto te zijn.

Ze haastte zich om hem terug te zien.

Maria haastte zich naar het ziekenhuis.

Hij haastte zich om de trein te halen.

Hij haastte zich om de bus te halen.

Ik haastte me om de eerste trein te halen.

Iedereen haastte zich naar de andere kant van het schip, om te zien wat er gebeurde.

Ik haastte mij om de trein niet te missen.

Ik haastte me naar de bushalte, zodat ik de laatste bus niet zou missen.

Mary haastte zich zodat ze niet te laat zou zijn.

Tom haastte zich terug naar zijn kamer.

Ik haastte me naar huis.

Ik haastte me.

Mary zei dat ze zich niet haastte.