Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Halfvol.

Halfvol

Halfvol betekenis

voor de helft gevuld | (melkproducten) waar ongeveer de helft van de vetten uit verwijderd is

Voorbeeldzinnen (20)

Hij was halfvol.

Nu dat je het zegt, het is inderdaad halfvol.

Halfvol, groot, mager, met schuim, niet afgesloten.

Jij bent echt een 'het glas is halfvol' gast... want voor mij is een vergadering, die lang duurt dat er eten geserveerd wordt, slecht.

Als hij daarvan de balans opmaakt zit het glas per saldo altijd halfvol.

Beleggers staan duidelijk in de glas-halfvol-stand.

Bij gebrek aan zichtbare muzikanten die de waardering in ontvangst nemen, blijft het applaus bewaard tot het einde, wanneer de zaal niet meer dan halfvol is.

Bij mij is het glas halfvol.

De auto is nog niet zozeer op, maar als de tank halfvol is, is ‘ie financieel total loss, zoals Barbara omschrijft.

Een halfvol Edmond Machtensstadion slechts voor de allereerste RWDM-Union uit de geschiedenis in de topklasse.

Glas halfvol: de ratten en de muizen varen er wel bij.

Het glas is halfleeg of halfvol, maar een volwaardige woning is het niet.

Het Spaanse medium probeert het glas halfvol te zien na wederom een zege voor Verstappen: ‘Met het glas halfleeg kun je zeggen dat Max Verstappen sinds Miami een maand lang elke ronde op kop heeft gereden.

In Gent wordt dat wat moeilijk, want de Ghelamco Arena loopt maar halfvol op een donderdagavond om 21 uur in de krokusvakantie.

Maar jouw glas is nog steeds niet halfvol.

Prijzen tijdens spits soms onbetaalbaar en treinen rijden vaak halfvol van A naar B, terwijl zitplaatsen gereserveerd zijn.

Storm in een halfvol glas dus.

Ten aanzien van de Griekse economie is het maar net of je het glas halfvol of halfleeg ziet, aldus Malliaropulos.

Voor de regering is het glas na dinsdag eerder halfleeg dan halfvol.

Voor mij is het glas altijd halfvol, niet halfleeg.