Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Halswervels.

Halswervels

Halswervels | Halswervel

Voorbeeldzinnen (20)

Het bleek dat Owen middelste halswervels als Massospondylus had benoemd, voorste halswervels als Leptospondylus en achterste halswervels als Pachyspondylus.

Aangezien de reeks van vijftien gevonden halswervels ongetwijfeld vooraf werden gegaan door een atlas en een draaier, zijn er zeventien halswervels, een uniek hoog aantal voor een stegosauriër.

Alle halswervels dragen nekribben die naar achteren toe verlengen en de overgang in vorm van halswervels naar ruggenwervels is zeer geleidelijk.

Bidar ging uit van elf halswervels en tien ruggenwervels, Ostrom en Peyer van tien halswervels en dertien ruggenwervels.

De halswervels zijn bij deze soort extreem verlengd waarbij de langste halswervels driemaal zo lang is als de langste ruggenwervel.

Ook de lange nek van een giraffe heeft maar zeven halswervels.

Vooral bij runderen kan dat even duren, omdat ze in tegenstelling tot schapen over een extra slagader in de buurt van de halswervels beschikken die bij de halssnede onaangeroerd blijft en de hersenen langer van bloed blijft voorzien.

Ook had hij tientallen dijbeenbotten en halswervels in zijn bezit.

Afgaande op de vorm van de wervels zijn er negen halswervels; als de vorm van de ribben in acht genomen wordt tien.

Alleen de halswervels vormden hiervan een in verband liggende reeks.

Alleen de voorste halswervels hebben epipofysen en deze hebben de vorm van korte schuin omhoog stekende bulten aan de achterste basis van het doornuitsteeksel.

Alle halswervels hebben onderaan de zijkant centrale pneumatische groeven; bij de achterste is deze fossa voor zover waarneembaar door een dunne beenplaat in tweeën gesplitst.

Alle halswervels zijn amficoel, waarbij vooral het achterfacet uitgehold is.

Althans de voorste halswervels hebben van voor naar achteren gemeten tamelijk lange maar platte doornuitsteeksels; de achterste bewaarde halswervel, vermoedelijk de zesde heeft een ook in de lengterichting korte spina.

Andere vogeleigenschappen die bij de vroege saurischiërs hun oorsprong vinden zijn wellicht een verlenging van de halswervels en een verlenging van de tweede vinger ten opzichte van de derde.

Anders dan Bonaparte dacht zijn de doornuitsteeksels van de achterste halswervels en voorste ruggenwervels juist enkelvoudig.

Anders dan Long en Murry dachten hebben de matig lange halswervels geen pleurocoelen maar een enkele uitholling, zonder doorboring van de botwand, op de zijde.

Bewaard zijn gebleven: drie halswervels, vier ruggenwervels, twee sacrale wervels, het bekken, het linkerdijbeen en het linkerscheenbeen.

Bewaard zijn gebleven: het achterdeel van de schedel en een reeks van zeven halswervels.

Bij alle sauropoden hebben de middelste en achterste halswervels zijuitsteeksels met richels op de onderzijde, langs de voorrand en langs de achterrand.