Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Handdoek.

Handdoek betekenis

een doek waarmee men zich afdroogt | (België) een theedoek

Voorbeeldzinnen (20)

Ook is het verstandig om je gezicht tegen de hitte te beschermen met een vochtige handdoek of je voeten in een natte handdoek te wikkelen als je door een klein vuurgebied moet rennen.

Volgens Please en Himebaugh wordt iemand die dezelfde handdoek meer dan eenmaal gebruikt voor handen, gezicht of lichaam opnieuw geïnfecteerd met de bacteriën die eerder op de handdoek zijn achtergelaten.

En helaas moet ik soms mijn vuile natte handdoek omruilen voor een schone maar nog wel natte handdoek.

Het is de bedoeling dat men de gehele dag met een handdoek binnen handbereik rondloopt; een verwijzing naar HHGTTG, waarin een goede lifter "altijd weet waar zijn handdoek is".

Ik wilde je zeggen dat, in het echte leven, ik al op jouw handdoek heb gezeten maar ook op de handdoek van jouw vriendin.

Neem een natte handdoek of washand mee naar bed Veel lezers kiezen er voor om een handdoek of washand mee naar te bed te nemen.

Dat zijn DNA mogelijk ook op de handdoek was gevonden verklaarde hij door te stellen dat de rol tape de handdoek moest hebben aangeraakt.

Een handdoek als relatiegeschenk, een relatiegeschenk handdoek, is natuurlijk een perfecte manier om u als bedrijf te presenteren.

Een rotatie en zijn invloed op het lichaam kan worden begrepen door een loshangende handdoek te vergelijken met een verwrongen handdoek.

"Waar ben je precies, Dima?!" vroeg Al-Sayib, terwijl hij een handdoek pakte om de gemorste Fanta weg te vegen.

Ik zal nog een handdoek brengen.

Breng me een handdoek.

Deze handdoek voelt ruw aan.

Ik haal een handdoek voor u.

Ik haal 'n handdoek voor je.

Maria kwam uit de badkamer met alleen een handdoek om.

De handdoek is nat.

Heb je een handdoek meegenomen?

De handdoek is in de badkamer.

Je hebt een handdoek nodig, niet?