Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Harpoen.

Harpoen

Harpoen betekenis

een grote pijl met weerhaken aan een touw | een speer met weerhaken

Voorbeeldzinnen (20)

Ik ga de harpoen halen.

De snoerworm heeft een snuit als een harpoen.

Waar ik woon, vangen we kikkers met een harpoen.

In de harpoen zit een granaat verwerkt die, eenmaal diep in het walvissenvlees geboord, ontstoken wordt.

Desnoods pak ik mijn harpoen erbij.

Zo mocht je niet eens je harpoen meenemen in de klas!

Als je een vent bent ga je op haaienjacht, met een snorkel en een harpoen.

Als de matroos de kinderen aanvalt, wordt hij door Sarah gedood met een harpoen.

Bij de verdediging van zijn vangst doodt hij een van de haaien, maar raakt daarbij zijn harpoen kwijt.

De harpoen kan worden afgevuurd.

De kop van de harpoen heeft een granaat, die bij penetratie van de walvis ontploft.

De plant is door een harpoen van een onderwatergeweer geraakt en Suske vraagt zich af of er nog andere mensen op het eiland wonen.

De potvis wordt door een harpoen geraakt en Lambik gooit deze naar de boot, hij snijdt daarmee het touw om de mast kapot.

De snelheid van de harpoen kan voor een klein moment oplopen tot 130 km per uur.

Domino is hem echter voor en doodt Largo met een harpoen.

Gobelijn verdooft het en haalt de harpoen uit de rug van het monster.

Het dier jaagt met een giftige 'harpoen', die prooien verlamt.

In het onderwatergevecht aan het slot van de film schiet Domino hem in de nek met een harpoen.

Met een exploderende harpoen wordt de 'Kuip' getroffen en dreigt te gaan zinken.

Suske wordt bedreigt met een harpoen, maar dan springt Wiske met Suske van boord en het touw van Walli wordt afgebroken.