Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Hazelskink.

Hazelskink

Voorbeeldzinnen (16)

Bij de hazelskink bevechten de mannetjes elkaar fel om een vrouwtje waarbij ze elkaar in het lichaam bijten en het komt voor dat hierdoor de staart verloren gaat.

De hazelskink heeft een bruine lichaamskleur en glanzende schubben.

De hazelskink komt in een groot deel van het areaal nog algemeen voor.

De degeneratie van de ledematen van de hazelskink is goed onderzocht en blijkt complexer dan werd gedacht.

De hazelskink heeft een lang, slangachtig lichaam zonder duidelijke poten.

De hazelskink is zeer behendig; vliegende insecten kunnen door een sprong uit de lucht worden geplukt.

De hazelskink zit hier met zijn drie tenen en vingers tussenin.

De Nederlandstalige naam hazelskink verwijst naar de lichaamskleur.

Door deze taxonomische wijziging komt de hazelskink de facto niet meer voor in westelijk Noord-Afrika.

Een verouderde geslachtsnaam van de hazelskink verwijst hiernaar, Seps is afgeleid van Griekse sepein dat 'rotten' betekent.

Het belangrijkste verschil is de stijfheid van de hazelworm; de hazelskink is veel behendiger wat de vergelijking met slangen versterkt.

Verspreiding en habitat Leefgebied Het verspreidingsgebied van de hazelskink is verdeeld in twee delen; het zuidelijke deel van Europa in het noorden en delen van noordelijk Afrika in het zuiden.

De hazelskink werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carolus Linnaeus in 1758.

Dit werd nog aangewakkerd door het bijgeloof dat de onschuldige hazelskink een gevaarlijke beet had.

Hierdoor kan de hazelskink met gesloten ogen toch nog enigszins zien, deze aanpassing is ook bij veel andere hagedissen bekend, met als voorbeeld de brilhagedis (Scelarcis perspicillata).

Naamgeving en taxonomie Chalcides striatus is een voormalige ondersoort van de hazelskink.