Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Heerlijkheid.

Heerlijkheid betekenis

adellijk grondbezit, als onderdeel van het feodale systeem dat eeuwenlang bestond in veel delen van Europa | adellijke legereenheid | gelukzaligheid in religieuze context

Synoniemen van Heerlijkheid

Voorbeeldzinnen (20)

Deze heerlijkheid is de grootste heerlijkheid van de Kerk van Christus; een heerlijkheid, die de Kerk nooit eerder gekend heeft.

Een derde kleine heerlijkheid, de "heerlijkheid en vrijheid van Landenbourg", tot de 17de eeuw "Audenbroeck" genoemd, vormde als leen van de heerlijkheid van Frasnes, een Henegouwse enclave in Vlaanderen.

In ‘het uur’ dat ‘nu’ gekomen is, zal Jezus de ‘heerlijkheid’, ‘glorie’ of ‘grootheid’ van God openbaar maken (in het Grieks staat het woord doxa, traditioneel vertaald met ‘heerlijkheid’ of ‘glorie’).

Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid (Joh 1,14).

De heerlijkheid Baelen-Ruyf was vermoedelijk een 15e-eeuwse afsplitsing van de oudere heerlijkheid Ruyf.

De heerlijkheid bestond uit 16 dorpen met de lage en hoge heerlijkheid en was een van de drie meer-heerlijkheden aan het Federmeer (Federsee).

De naam veranderde in deze periode van heerlijkheid Hellenstein in heerlijkheid Heidenheim.

Er bestaat bewijs dat de heerlijkheid hem ooit in leen is gegeven, noch ander bronmateriaal dat hem in verband brengt met de heerlijkheid als heer.

In 1378 droegen zij de heerlijkheid als leen op aan hertog Leopold II van Oostenrijk en in 1380 verkochten zij de heerlijkheid aan hem.

In 1430 viel de heerlijkheid weer onder de Graven van Vlaanderen en werd het kasteel de zetel van die heerlijkheid.

In 1789 werd de heerlijkheid Grundsheim met Wilenhofen gekocht van de heren van Bissingen-Nippenburg en het volgende jaar de heerlijkheid Heudorf van de heren van Stotzingen.

In plaats van de heerlijkheid zelf te erven, moest Willem Gex afstaan aan Simon van Joinville, de schoonzoon van Amadeus II, en werd de heerlijkheid onder het leenheerschap van Peter van Savoye gesteld.

Twee procent van het grondoppervlak behoorde tot de heerlijkheid Kannunikse en enkele hectaren tot de heerlijkheid Houtse.

Want de man moet het hoofd niet dekken overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans.

De heerlijkheid werd door Elisabeth van Grevenbroeck, de weduwe van Joost Pieck in 1630 verkocht aan Constantijn Huygens I. In 1688 gaat de heerlijkheid Zuilichem over in handen van Constantijn II, daarna van Constatijn IV, een neef van de laatstgenoemde.

Ze konden zelfs de doodstraf opleggen, want hun heerlijkheid was een hoge heerlijkheid.

In 1320 kocht hij de heerlijkheid Oirschot en verwierf hij de heerlijkheid Perk van Gozewijn van Utenhove.

Bezittingen De 'Geschichtlicher Atlas der Rheinlande' geeft in het overzicht van de gebieden van 1789 vier Reichsunmittelbare gebieden aan: * Heerlijkheid Olbrück, behorend tot de Boven-Rijnse Kreits * Heerlijkheid Pyrmont, niet bij een Kreits ingedeeld.

De eigenaren van de heerlijkheid, het geslacht Van Eynatten, hadden ook de heerlijkheid Gulpen in handen.

De Heerlijkheid Illertissen was een heerlijkheid binnen Het Heilige Roomse Rijk.