Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Herbergierster.

Herbergierster

Herbergierster betekenis

vrouw die een herberg runt

Voorbeeldzinnen (15)

Deze schipper en zijn vrouw Ynske Hendriks van der Geest (1789-1873) waren ook herbergier en herbergierster op Ameland.

Het meisje Zoë wordt geadopteerd door de herbergierster Jeanneline waarna ze haar naam verandert in Zoria en wordt getraind door Lian-Chu tot een drakenjager.

Als ze vroeger in de lange rokken periode herbergierster moesten betalen lieten ze het muntje ´per ongeluk´op de grond vallen in de hoop een glimp van een blote enkel op te vangen.

De herbergierster bleef haar hele leven alleen, wachtend op haar jeugdliefde Hilbert, een stuurman uit de koopvaardij en kaper in staatsdienst.

Op De rust voor de herberg gunt een dronken kerel een blik in het ruim uitgevallen decolleté van de herbergierster, terwijl hij onder haar rokken tast.

De herbergierster is aan het gieten, aan het verzorgen.

Een van hen was Kaatje, geboren in 1672 en herbergierster in deze stad.

Of dat een herbergierster was, wordt niet vermeld.

We eten snert omdat: Moeke Roest de oude herbergierster van de Oldambster herberg zorgde dat de kooplui wat te eten hadden.

Jan Krijgsman was in 1780 in het huwelijk getreden met Anna van Driel, zij werd in haar testament 'herbergierster' genoemd.

Zij was herbergierster op de Blekerij.

Het blijkt Nick Smith te zijn, de zoon van Mary Smith de herbergierster van de herberg “The Black Swan”.

Zijn vader Fredericus was schrijnwerker en zijn moeder, Lucia Elisabeth Dewaele, herbergierster.

Adriaan Isenbrant', Belgisch tijdschrift voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis, p. 229-265 Hij had eveneens een buitenechtelijke dochter met de herbergierster Katelijne van Brandenburch (die tevens de maîtresse was van de schilder Ambrosius Benson ).

Volgens een volkslegende zijn ze teruggeslagen door boogschutters onder leiding van Jeanne Maillotte, een herbergierster.