Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Hoepelrok.

Hoepelrok

Hoepelrok | Hoepelrokken

Hoepelrok betekenis

een lange rok die door middel van een constructie met hoepels heel wijd uitloopt

Voorbeeldzinnen (11)

Want hoe moet je pootje over in een hoepelrok?

De jurk bestaat uit een hoepelrok, weelderige pofmouwen en een met kant bezaaid lijfje, dat afkomstig is van kleding gedragen door koningin Mary, de grootmoeder van koningin Elizabeth.

Als een vrouw ongemerkt met een hoepelrok in de buurt van vuur kwam, kon de rok vlamvatten en stond hij snel in lichterlaaie.

Er zijn danseressen op stelten hoog boven het publiek, een sopraan op een enorme hoepelrok, een duivelse intrigante die als een dompteur de tweevoeters temt en ze opzet tegen de vogels.

De onnatuurlijke taille van de actrice zou te wijten zijn aan een korset, en nog extra benadrukt wordne door de hoepelrok.

Heren droegen fracs en habits, dames kozen voor hun baljurken jarenlang de robe à la française, een jurk met flinke hoepelrok, en als opvallendste kenmerk een geplooide sleep die achter de nek begint, en die opgaat in de plooien van de rok.

Zo niet op de Balkan, en zeker niet in Struga, waar het gros van de dichters elk jaar weer lijkt weggelopen van onder de stijve hoepelrok van Polyhymnia.

Alle licht valt op het meisje dat in wijde hoepelrok vol brokaat de aandacht krijgt van twee bijna even rijk geklede oudere meisjes.

Zijn echtgenote Fricka oogt als een querulante in een hoepelrok, met een soort hyacint op haar schedel.

En ook als altijd: de acht mannelijke performers om haar heen zijn naakt, zelf draagt zij een enorme zwarte hoepelrok.

Yannick Noomen is een koboldachtige dirigent: met een kegelronde buik boven iele blote beentjes, Bruijs een groteske diva met een hoepelrok zo groot als een bungalowtent.