Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Hoestte.

Hoestte

Hoestte | Hoestten

Voorbeeldzinnen (20)

Iemand die hoestte, moe was, hoofdpijn en diarree had én ook nog reukverlies, heeft meer risico op langdurige ziekte dan wie enkel hoestte.

Tom hoestte opnieuw.

Tom hoestte nogmaals.

Tom hoestte in zijn zakdoek.

Maria hoestte bloed in haar zakdoek.

Tom hoestte bloed in zijn zakdoek.

Ik hoestte bloed op.

Telkens als ze hoestte deed het veel pijn.

En toen werd ik vanochtend wakker en hoestte ik bloed op.

En omdat ze hoestte, heeft u haar vermoord.

Ik had een hekel aan die geur, de oranje vingertoppen, ik had astma, hoestte veel.

Ik hoestte wel een beetje maar had me normaal gesproken niet ziek gemeld hierdoor.

Na een week eenzame opsluiting in de echtelijke sponde, met uitstekende roomservice, hoestte en snotterde ik op zondag nog steeds.

Ze hoestte, probeerde om hulp te roepen en maakte stikkende geluiden over de politieradio.

Enkele jaren geleden hoestte onze zoon 's nachts hevig.

Ik zal niet zeggen dat ik niet hoestte, maar met een weekje was ik erdoor.

Zelf ook gehad, me koorts, hoestte mijn longen uit mijn lijf.

Daarna hoestte hij de agenten vol in het gezicht.

Daarna hoestte hij twee agenten opzettelijk in het gezicht, waarbij hij nadrukkelijk riep dat hij hen bewust wilde besmetten.

De man hoestte mensen en een politieman in het gezicht.