Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Hofpredikant.

Hofpredikant

Voorbeeldzinnen (12)

Filips moest echter in 1550 zijn hofpredikant een half jaar lang met verlof sturen.

Zijn grootvader van moederskant, Daniël Ernst Jablonski, was hofpredikant te Berlijn.

In de Nieuwe Kerk in Delft begon de bejaarde hofpredikant (1807-1893) te vroeg met zijn betoog, terwijl er nog gasten binnenkwamen.

Met zijn broer Carel ter Linden (84) werd hij informeel hofpredikant genoemd.

De uitvaartdienst werd geleid door hofpredikant Carel ter Linden.

In een zogenaamde Remonstrantie, een soort pleitnotitie, hebben zijn leerlingen met de toenmalige hofpredikant Wttenbogaert voorop erkenning voor Arminius’ visie willen verkrijgen.

In 1776 werd Herder tot hofpredikant benoemd, en in 1779 vestigde Schiller zich definitief in de hoofdstad.

In het volgende jaar werd Pauli al hofpredikant.

In ieder geval wordt hij hofpredikant.

De eerste protestantse predikant was hier Jakob Dammann, die zich in 1588 als hofpredikant en later ook als stadspredikant in Stadthagen vestigde.

Haar houding tegenover Luther werd beïnvloed door haar hofpredikant, de dominicaan Johannes Mensing.

Hij verhuisde weer naar Spanje en bleef er de koning, die hem ook de titel van hofpredikant toekende, schriftelijk adviseren over de Nederlandse zaken tot in 1579.