Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Hoonen.

Hoonen

Hoonen | Hoon | Hoonde | Hoonden

Voorbeeldzinnen (3)

Heb je dáárom zo gestredenDat men u zòò hoonen zoudt?

Dat ik, niet min dan gy, my grievend heb zien hoonen?

Den god te hoonen en uw Bacchenfeest ging hij.