Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Huik.
Huik betekenis
een lange mouwloze mantel met kap, gedragen door vrouwen Arch. (1811) | een regenvast dekkleed dat over een zeil gedaan wordt
Voorbeeldzinnen (7)
Hij draait zijn huik naar de wind.
Wie een huik droeg die het gelaat vrijwel volledig bedekte, kwam soms in de problemen.
Hij tekent ook op hoe het dragen van de huik, waarvoor anders betaald moest worden, aan wie daarvoor het geld niet had kosteloos werd toegestaan.
Je moet de huik naar de wind hangen.
Dek in de haven uw grootzeil af met een huik.
Wel een katoenen huik (die er heel typisch opzat zonder houten huiklat) en een mooi dekzeil voor over de kuip.
Op de zalmschouw was een huik, waaronder de schipper de nacht kon doorbrengen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl