Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Husserl.
Voorbeeldzinnen (20)
Zo introduceerde de Duitse filosoof Edmund Husserl aan het eind van zijn leven het begrip Zijn leerling Martin Heidegger pikte het op en werkte het uit tot de notie van het Heidegger noemt Husserl nergens in zijn kapitale studie (1927).
Na enkele mislukte pogingen slaagde Van Breda erin de spullen van Husserl via de Belgische ambassade naar het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Leuven te brengen en richtte daar de Husserl-archieven op.
Aydin, C. (red), De vele gezichten van de fenomenologie, p. 29. Merleau-Ponty had zich al in de jaren 30 verdiept in het werk van Husserl toen hij de Husserl-archieven bezocht.
Fenomenologie Edmund Husserl Binnen de fenomenologie van Edmund Husserl wordt het begrip 'transcendentie' in een gelijkaardige manier als bij Kant gebruikt, hoewel er wel verschillen zijn.
Zo centreren Derrida's eerste werken zich rond het werk van Husserl: in 1953 schreef hij Le problème de la genèse dans la philosophie de Husserl, maar dit werk werd pas in 1990 gepubliceerd.
Blok ziet zo inzichten terug uit het werk van fenomenologen als Edmund Husserl en Merleau-Ponty, die de ‘intentionele’ structuur van de menselijke ‘leefwereld’ in kaart brachten.
Later deed hij hetzelfde met de nagelaten geschriften van de katholieke mystica Edith Stein, een leerlinge van Husserl.
Ondertussen verscheen bij uitgeverij Vrijdag de vierde, uitgebreide editie van zijn familieverhaal over de Vlaamse pater Herman Leo Van Breda, die tijdens de Tweede Wereldoorlog het archief van de Duits-Joodse filosoof Edmund Husserl redde.
Sleutelfiguren hierin waren onder anderen Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Jean-Paul Sartre en Edmund Husserl.
Daarmee is de fenomenologie volgens Husserl, in tegenstelling tot feitenwetenschappen, een volledig eidetische of wezenswetenschap.
Daarna verschuift even zijn aandacht naar de fenomenologie – hij is dan immers assistent van Husserl, wiens fenomenologische methode een grote invloed uitoefent op zijn denken.
De derde stap gaat net als de tweede lijnrecht in tegen wat Husserl voorschrijft.
De kantianen achterhalen de productie van het object door de methode, terwijl Husserl vond dat reeds bestaande sferen via zuivering van begrippen geïdentificeerd moesten worden.
Dit punt moet wel genuanceerd worden in die zin dat Husserl op bepaalde punten in zijn werk wel degelijk op de problemen rond taal en schrift, en hun rol binnen de wetenschap, is ingegaan.
Genetische fenomenologie, afgeleid van het woord genesis, stelde Husserl in staat om de fenomenologische oorsprong van bepaalde constituties te onderzoeken.
Husserl stelt dat dit verkeerd is: het positivisme moet inzien dat zijn eigen perspectief niet zonder deze leefwereld kan, en daarbij dat zijn perspectief maar een van de vele mogelijke perspectieven op de wereld is.
In 1928 ging hij naar de Universiteit van Freiburg in Duitsland voor de studie in de fenomenologie bij Edmund Husserl.
In de Bernauer Manuscripten, gedateerd 1917, spreekt Husserl voor het eerst over het onderscheid in statische fenomenologie en genetische fenomenologie.
In de inleiding van zijn Bergson-studie zet Schütz zijn positie t.o.v. Husserl en Kant uiteen.
In dit werk bespreekt de filosoof Husserl hoe een inzicht, in dit geval een meetkundig inzicht ontstaat, nog vóór het verwoord is.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl