Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Huurflat.
Huurflat betekenis
een gelijkvloerse woning in een hoog appartementengebouw die men mag bewonen als men geld aan de eigenaar betaalt, ook wel het appartementengebouw in zijn geheel
Voorbeeldzinnen (14)
Dan zetten ze het huisje op naam van hun dochter met haar vriend, gaan er zelf wel elke keer naartoe, en in Nederland hebben ze een huurflat met huursubsidie, krijgen bijstand en zorgtoeslag.
Ik zit ook in een huurflat, maar heb drie zonnepanelen.
Agenten troffen de twee jonge vrouwen dood aan in hun huurflat op 7 juni.
Een echtpaar wil bijvoorbeeld in de huurflat op een eerste etage in de Horsten blijven wonen, maar er is geen lift.
Mijn schoonmoeder woont in een huurflat in Apeldoorn.
Gerritsen werkt als rolstoelmonteur en kijkt vanaf zijn huurflat in het Utrechtse Overvecht uit over een autoboulevard.
Hij registreerde het adres van zijn vennootschap op een huurflat in Waddinxveen bij Gouda.
Maar Hans Zandvliet verloor alles en woont nu in een sociale huurflat in Leiden met een bijstandsuitkering.
Ik heb mn huurflat gelukkig kunnen kopen van de woningbouwvereiniging tijdens de crisis.
Robert vroeg de burgemeester om een andere huurflat – “als ze je eenmaal in de peiling hebben moet je weg” – maar dat liep op niets uit.
Anders is het zo ‘miljoenen winnen en in je huurflat blijven wonen’.
Zij woonde er met twee broertjes en drie zusjes in een sociale huurflat.
Ik sluit me dus aan bij Stijn en Martijn - ik wil gewoon rustig wonen, me vrij voelen in mijn eigen huis (ook al is het een huurflat).
Dijkhoff woonde tien jaar in de door Carel Weeber ontworpen sociale huurflat, met 336 woningen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl