Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met Hypotheekhouder. Ontdek de betekenis, hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Hypotheekhouder betekenis
- geldverstrekker, bijvoorbeeld een bank, die geld uitleent aan een hypotheekgever, bijvoorbeeld een koper van een huis
- (rechtspersoon) die een hypothecaire schuld heeft
Synoniemen van Hypotheekhouder
Gebruik van Hypotheekhouder
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: geldverstrekker, bijvoorbeeld een bank, die geld uitleent aan een hypotheekgever, bijvoorbeeld een koper van een huis | (rechtspersoon) die een hypothecaire schuld heeft
- Vergelijkbare woorden zijn onder meer: hypothecaris.
- In het voorbeeldencorpus komt hypotheekhouder vaak voor in combinaties zoals: de hypotheekhouder.
Context rond Hypotheekhouder
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 15 woorden
- Plaats in de zin: 2 begin, 3 midden, 5 einde
- Zinsoorten: 10 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Hypotheekhouder
- In deze selectie staat "hypotheekhouder" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 15 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral vervolgens en nadat op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "hypotheekhouder".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn aan de hypotheekhouder en bij de hypotheekhouder m broen. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "hypotheekhouder" dicht bij woorden als aaas, aagjes en aaib, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met hypotheekhouder
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
De hypotheeknemer is vervolgens hypotheekhouder. (5 woorden)
De bank is dus 'hypotheekhouder'. (5 woorden)
Iemand moet namelijk die vergoeding betalen aan de hypotheekhouder. (9 woorden)
De Lutherse kerk was echter niet zo goed in de landbouw en werkte zich door deze plantage zwaar in de schuld bij de hypotheekhouder M. Broen te Amsterdam. (28 woorden)
Komt de lener zijn verplichtingen niet na, dan mag de hypotheekhouder het pand gedwongen verkopen - een uitspraak van een rechter is niet nodig. (23 woorden)
Daarna zal de hypotheekhouder zich als eerste, en voor zijn volledige vordering op uw debiteur, kunnen verhalen op de opbrengst van de woning. (23 woorden)
Voorbeeldzinnen (10)
De hypotheeknemer is vervolgens hypotheekhouder.
De Lutherse kerk was echter niet zo goed in de landbouw en werkte zich door deze plantage zwaar in de schuld bij de hypotheekhouder M. Broen te Amsterdam.
Komt de lener zijn verplichtingen niet na, dan mag de hypotheekhouder het pand gedwongen verkopen - een uitspraak van een rechter is niet nodig.
Iemand moet namelijk die vergoeding betalen aan de hypotheekhouder.
Roosendaal was al hypotheekhouder en dus verdandert er niet veel.
De gemeente Utrecht is de eerste hypotheekhouder van ‘het echte stadion’.
Net als beleggers worstelen ook hypotheekgevers met dit dilemma (de bank is de hypotheeknemer of hypotheekhouder).
Daarna zal de hypotheekhouder zich als eerste, en voor zijn volledige vordering op uw debiteur, kunnen verhalen op de opbrengst van de woning.
De bank is dus 'hypotheekhouder'.
Tevens wordt de hypotheekhouder nadat er beslag is gelegd ingelicht (binnen 4 dagen na inschrijving, niet op straffe van nietigheid).
Veelvoorkomende combinaties met hypotheekhouder
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- de hypotheekhouder 5×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "hypotheekhouder" in een zin?
Wat betekent "hypotheekhouder"?
Wat zijn synoniemen van "hypotheekhouder"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "hypotheekhouder" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl