Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Inbeelden.

Inbeelden

Inbeelden betekenis

zich ~: denken dat iets wat onmogelijk is toch waar is

Voorbeeldzinnen (20)

Ik kan mij dat niet inbeelden.

We zijn niet zo gelukkig of ongelukkig dan we onszelf inbeelden.

Je kan je niet inbeelden hoe blij ze was.

Mijn vriend is een geweldige vent maar hij is zo verlegen. Je kan je niet inbeelden hoe moeilijk voor hem is, een gesprek met een vreemde te starten.

Dat kan ik me niet inbeelden.

Ik kan me niet inbeelden hoe je je voelt.

Goed dat je dat vraagt, ik kan me geen betere plek inbeelden om te zijn.

Ik kan me z'n blik alleen maar inbeelden als ze hem onthoofden.

Omdat opnames zo treurig onpersoonlijk zijn... kan ik mij alleen inbeelden hoe je gezicht er nu uitziet.

Je denkt misschien dat je weet wat ik ben of wat ik wel en niet zou doen in deze situatie... maar je kan het je niet inbeelden.

Als we ons op maar één onderdeel van onze identiteit richten en ons inbeelden dat alleen dat van belang is, kunnen we niet begrijpen wie we echt zijn.

Geert heeft tekeningen gemaakt en aan de hand daarvan kon Sjef de Jong zich inbeelden hoe het zou gaan worden.

Ik kan me inbeelden dat er in Europa regio’s zijn waar je minder gemakkelijk wolfwerende omheining plaatst dan in Vlaanderen?

Ik kan me inbeelden dat het de verstopping wat zal verminderen, maar je zult er níét sneller van genezen.

Ik kan me niet eens inbeelden hoe de sfeer in ons stadion zou zijn.

Ik kan me niet inbeelden dat iemand die er persé wil uitzien als een karikatuur en leeft voor de likes gelukkig kan zijn.

Ik kan me niet inbeelden dat mijn vader zoiets ooit heeft gedaan.

In een volgende fase moesten de vrijwilligers zich inbeelden dat ze de voedingsmiddelen proefden en ze een voor een beoordelen op smaak.

Karel kan zich goed inbeelden dat het verlies voor Stevens' ouders verschrikkelijk moet zijn geweest.

Maar eens je voorbij die buitenkant keek, was hij de beste vriend die je je kon inbeelden.