Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ingesnoerde.

Ingesnoerde

Voorbeeldzinnen (20)

Een naaldspits kan ook ingesnoerd zijn, zo'n ingesnoerde torenspits wordt dan een ingesnoerde naaldspits genoemd.

Al meteen bij het monster van Laegieskamp is het raak: Coesel brengt pontificaal een grote sieralg in beeld, die oogt als een augurk met een ingesnoerde taille.

Vrouwen vonden die baleinen en dat ingesnoerde gedoe niet vrouwvriendelijk.

Over tot de door corona ingesnoerde orde van de dag.

Bij Triadische soorten zijn de schaambeenderen en zitbeenderen vaak plaatvormig; bij latere soorten worden deze elementen langwerpig met een ingesnoerde schacht.

De aangebouwde toren is ongeleed en heeft een ingesnoerde spits.

De buitenarchitectuur vertaalde het driedimensionaal tracé tot een organische, biomorfe reuzenschelp afwisselend samengesteld uit afgeronde lobben, diepe ingesnoerde en overstekende partijen.

De halswervels hebben langgerekte ingesnoerde wervellichamen die opisthocoel zijn, bol van voren en hol van achteren, en bekroond worden door lage doornuitsteeksels.

De halvemaanvormige botelementen in de basis van de eerste en vijfde vinger hebben bij jonge dieren eerst een ingesnoerde vorm met holle voor- en achterranden.

De kerk heeft een voorgebouwde toren met drie geledingen en een ingesnoerde naaldspits.

De praemaxilla draagt vier kleine puntige tanden met een ingesnoerde basis.

De staartwervels zijn relatief langwerpig, met ingesnoerde centra.

De toren heeft twee geledingen en wordt gedekt door een ingesnoerde naaldspits.

De toren is gedekt met een ingesnoerde naaldspits.

De toren, met ingesnoerde naaldspits, risaleert iets in het midden van de zuidgevel aan de Pierre Baylestraat.

De toren wordt bekroond door een ingesnoerde, met leien bedekte spits.

De toren wordt gedekt door een hoge ingesnoerde naaldspits.

De westtoren telt drie geledingen en heeft vier hoektorentjes en een ingesnoerde naaldspits.

Deze heeft een achtkante ingesnoerde naaldspits, met halverwege een houten platform.

Een oorspronkelijk geplande traptoren werd vervangen door een vrij gedrongen leien dakruiter met ingesnoerde spits.