Voorbeeldzinnen (20)
Ze jaagden op vossen.
Zij jaagden op vossen.
Ze jaagden op herten en vossen.
Die mannen die op je jaagden, hadden geen insignes of papieren.
Het waren overigens niet alleen mensen die de vogel uiteindelijk over de kling jaagden, maar voornamelijk de dieren die zij naar het afgelegen paradijs hadden meegebracht.
Ze waren schuw, bouwden zelfs geen hutten, jaagden alleen op kleine insecten, slangen en schildpadden, aten verder alleen bladeren en bessen en deden zelfs niet aan de simpelste vorm van landbouw.
De leeuwen, wolven en sabeltandkatten die in het donker op ons jaagden, zijn met uitsterven bedreigd of uitgestorven.
De spotters jaagden de meeuw nog wel weg, maar de koekoek bleek kansloos in zijn strijd met de elementen.
De auteurs suggereren dat mensen in deze habitats op grotere dieren jaagden.
Hoe ze op mensen van andere stammen jaagden en daarna verhandelden in de havens aan blanke handelaren die niet verder mochten en konden komen dan de Afrikaanse havens.
Mensen en wolven jaagden tijdens de IJstijd op ongeveer dezelfde soort dieren, zoals paarden, elanden en herten.
De stoottroepen van Stalin hadden ook een hekel aan fascisten, ondertussen jaagden ze miljoenen de dood in.
En de buurtbewoners steunen Akwasi, jaagden de Pieten weg, noteerden kenteken van de auto waarin de Pieten zaten en belden de politie.
Voorheen werd gedacht dat deze roofvissen vooral jaagden rondom de evenaar.
De naam Zjoepgad had volgens Krasjeninnikov iets te maken met de grote uitbundigheid aan zeehonden aldaar, waar de inwoners op jaagden.
Het kan ook zijn dat Saurichthys-soorten met grotere tanden op kleine vissen en andere kleine gewervelden jaagden, terwijl de soorten met de kleinere tanden kleine ongewervelden aten die in nauwe holen en spleten zaten.
Het lijkt waarschijnlijk dat ze in groepen jaagden, omdat er skeletten gevonden zijn met genezen verwondingen die zo ernstig waren dat een dergelijk dier niet meer in staat zou zijn geweest zelfstandig te jagen.
Het verschijnen van zoveel groepen snellere en beter uitgeruste roofdieren (inktvissen, primitieve vissen) had een duidelijke invloed op de evolutie van de dieren waar ze op jaagden.
Hun belangrijkste motieven waren de dieren waarop mensen jaagden, en afbeeldingen van de jacht.
In de tweede helft van de zeventiende eeuw jaagden Nederlandse, Duitse, Franse, Baskische, en Deens-Noorse schepen op walvissen voor de oostkust van Groenland.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl