Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Jaargeld.

Jaargeld

Jaargeld | Jaargelden

Jaargeld betekenis

hoeveelheid geld die iemand jaarlijks ontvangt

Voorbeeldzinnen (20)

Hij wilde van de nieuwe keizer de toezegging verkrijgen dat hem ook in de toekomst het jaargeld zou worden uitgekeerd dat de gestorven keizer Maximiliaan hem had beloofd, maar dat de Neurenbergse Raad na de dood van de keizer weigerde te betalen.

Ik blijf alleszins lid, ook al gaat het jaargeld naar omhoog: van 60 naar 100 euro.

Agnes wat ontevreden over de haar toegekende lijfrente en zij eiste van hem een extra jaargeld, waarop een nieuw proces volgde.

Behalve een gouden medaille kreeg hij een jaargeld van 1200 gulden, waarmee hij vier jaar in Parijs en Rome kon verblijven.

De rest van zijn leven leefde hij op een klein jaargeld en stierf uiteindelijk zonder een cent in 1840.

Hij droeg het op aan de prins van Wales en hem werd als wederdienst een jaargeld geschonken.

Honthorst stond op het hoogtepunt van zijn roem en kreeg een goed paard, het Engelse staatsburgerschap en een jaargeld.

Zij is van plan met Lord Augustus te trouwen en zet Windermere onder druk om haar van een hoog genoeg jaargeld te voorzien om haar kansen te vergroten.

Zij kreeg verder een jaargeld van 5 miljoen francs en had nu voldoende financiële middelen om het huis op te knappen.

De Franse koning Lodewijk XIII kende hem zelfs een jaargeld toe.

Kwaku Dua kreeg een jaargeld, en geweren en kruit ter waarde van honderd gulden voor iedere gezonde rekruut.

Margaretha van BeierenWillem V van Holland de grafelijke waardigheid af in Holland en Zeeland tegen een hoog jaargeld.

Met een jaargeld van 200 gulden stichtte zij op de Grote Markt aldaar een herberg.

Daarna zag hij af van een diplomatieke carrière en wijdde zich aan de wetenschap, gefinancierd door een jaargeld van zijn vader.

In plaats daarvan profiteerde hij van het jaargeld en leidde een luxe leven.

Karel stelde Anna een riant jaargeld voor als ze trouwde met een Frans edelman en haar hertogstitel afstond, maar Anna weigerde Bretagne te verlaten.

Met het jaargeld van de Prix de Rome verbleef hij met zijn echtgenote, de kunstenares Annetje Meijs, drie jaar in Rome (het Nederlands Historisch Instituut) en in Parijs (het kunstenaarscomplex Cité Fleurie).

Onder koning Lodewijk Napoleon is hem een jaargeld toegekend dat ook onder koning Willem I en koning Willem II nog werd uitbetaald.

Op 4 oktober 1509 werd hij benoemd tot ‘’scriptor brevium’’, wat garant stond voor een jaargeld maar hem tevens tot pauselijk hoveling maakte.

Zij waren toen al niet meer onderhorig aan de Duitse landdag en hadden hun eigen Staten-Generaal en betaalden alleen nog een bescheiden jaargeld aan de persoon van de keizer die daarvoor de belofte deed de Nederlanden te beschermen.