Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Jachtwild.
Jachtwild
Voorbeeldzinnen (9)
Het kweken en uitzetten van jachtwild is verboden omdat het het ecologisch evenwicht verstoort.
De omgeving bood de jager-verzamelaars een leven in overvloed, met jachtwild, watervogels, heel veel vis zoals snoek en paling en een breed spectrum aan plantaardige bronnen.
De eerste waren in de jaren 1930 ingevoerd als jachtwild; olifanten zijn reeds rond de jaren 1880 ingevoerd.
Vanaf 1888 werd het Oerbos van Białowieża uit handen genomen van de staat en werd het een privaat jachtdomein waarin ander jachtwild werd uitgezet en vee kon grazen.
Voor jachtwild geldt dat het geschoten kán worden maar dat is itt al het slachtvee geen zekerheid; het dier kan ook overlijden van ouderdom (niet meer eten dan).
Die waren jachtwild, afkomstig van eendenkooien in Noord-Holland, op de Waddeneilanden en in Wieringen, in Friesland, Utrecht en de Kop van Overijssel.
Na hem zag ik voorts den reusachtigen Orion, over de weide van asfodelosbloemen het jachtwild samen dringend en vóór zich uitjagend, dat hij zelf (bij zijn leven) op eenzame bergen geveld had, nog met de koperen, steeds onbreekbare knods in de vuist.
De vos is na een uitgebreid en principieel debat in de Tweede Kamer niet ingedeeld bij het jachtwild: de korte lijst met soorten waarop vrijelijk gejaagd mag worden.
Schrijnder is vooral bekend om zijn schilderijen die betrekking hebben op de jacht en het jachtwild.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl