Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Jakje.
Voorbeeldzinnen (10)
Hollands kostuum met sitsen jakje; circa 1770.
Sitsen jakje met bloemmotieven; circa 1750.
Wafels werden in de zeventiende eeuw niet alleen veel tijdens feestdagen genuttigd, maar waren ook lekkernijen van rijke burgers (waartoe de vrouw met haar dure jakje behoort) en werden vooral ook door geliefden aan elkaar gegeven.
Op de ramen staan voorstellingen van de geschiedenis van de kerk (kerkgebouwen) en het dorp (een vervenershuisje en de bekende harmonicaspeler Paulus Jakje).
Een jakje – een soort blouse – kleedt het geheel af.
Assepoester is al naar de hazelaar gerend en heeft haar grijze jakje weer aangetrokken.
Bij een rouwdracht is het jakje zwart.
Ook hier zijn de reeds genoemde pasteltinten aan de orde, vooral aangepast aan en in harmonie met de kleuren van het jakje en de doek.
Bij een rouwdracht zijn zowel dagelijks als zondags het jakje, de doek en de schoudermantel zwart.
Meer bemiddelde vrouwen droegen in de 19e eeuw soms een jakje van gebloemde stof, dat een 'baskerlijf' werd genoemd.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl