Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Janensch.

Janensch

Janensch | Janenschia

Voorbeeldzinnen (20)

Dat miskent dat Janensch de hele naam Tornieria verwierp.

De kleinste gevonden losse tand had een hoogte van maar 11,5 millimeter; volgens Janensch moet die aan een jong dier toebehoren.

De typesoort Elaphrosaurus Bambergi werd in 1920 door Janensch beschreven en benoemd.

Deze geassocieerde beenderen werden door Janensch in 1925 gebruikt voor een skeletopstelling in het Museum für Naturkunde.

Dicraeosaurus hansemanni werd in 1914 door Janensch benoemd en beschreven.

Hübner meende in 2012, in navolging van Janensch, dat alle dieren tot één enkele kudde behoorden die door een springvloed in een rivierbed verrast werden en gelijktijdig verdronken.

In 1925 benoemde Werner Janensch enkele botten als de soort Ceratosaurus roechlingi.

In 1961 wees Janensch een spaakbeen en een dijbeen toe die gevonden waren op locatie "IX", op 1400 meter ten noordoosten van de Tendaguruheuvel.

In handgeschreven aantekeningen werden sommige identificaties door Janensch herroepen en aangepast.

Janensch had voor zijn tijd vrij vooruitstrevende denkbeelden over sauropoden maar had wel de voorpoten te gespreid opgesteld.

Volgens Janensch deden zich in die tijdsduur evolutionaire veranderingen voor in de populatie: latere individuen zouden duidelijk groter en zwaarder gebouwd zijn dan hun voorouders.

Volgens Janensch' veldnotities werden in october 1909 minstens twee staartwervels gevonden.

Daarnaast wees Janensch nog 630 andere fragmenten van in totaal niet minder dan 56 individuen aan de soort toe.

De familie Dicraeosauridae werd in 1929 door Janensch benoemd om Dicraeosaurus een plaats te geven.

De skeletopstelling door Janensch heeft er veertien paar.

Die stonden eerst onder leiding van Werner Janensch en Edwin Hennig.

In 1925 werden de tanden meer in detail door Janensch beschreven waarbij hij vijf typen onderscheidde, "a" tot en met "e".

In 1935 schatte Janensch het volume van de twee skeletten op respectievelijk 25 en 32 m³.

Janensch benoemde daarom in 1914 twee soorten: Brachiosaurus Brancai en Brachiosaurus Fraasi; de laatste soort, vernoemd naar Fraas, werd al snel door hem identiek geacht aan B. Brancai, waarvan de soortaanduiding von Branca eert.

Janensch bepaalde de lengte van de wervelkolom plus schedel van B. brancai op 22,16 meter — maar gaf door een optelfout de vaak vermelde lengte van 22,46 meter.